Ik bepaal niet de snelheid, maar wel de vlucht

Ik zie je in de verte al lopen. De nieuwbakken moeder. Je loopt wat moeizaam. Kijkt met regelmaat even in de kinderwagen en je straalt. Van trots, blijdschap en een vleugje ongeloof. Dat dit babietje van jou is. Wow!

Ik herken het. Ook al is het al even geleden. We lopen elkaar tegemoet en ik stop bewust wanneer we elkaar naderen. Ik begroet je, kijk in de kinderwagen, bewonder jouw babietje en vertel jou hoe mooi ze is. Drie weken oud vertel je. Alles gaat goed, maar de bevalling was geen pretje. Lopen gaat daardoor iets minder soepel. Ik knik begrijpend, meelevend. ‘Doe rustig aan en geniet van alle momenten’, zeg ik bij het vervolgen van ons eigen pad.

De woorden:
‘Het gaat zo snel’, slik ik in.

En met het weglopen slik ik zelf ook even. Het gaat zo snel. De zwangerschap lijkt, op dat moment, lang te duren, voor zo lang het duurt. Want als de zwangerschap voorbij is, kan je al bijna niet meer indenken hoe het was. Om nog maar niet over de baby te spreken.

Welke baby?
Die baby, die vorige week twee jaar is geworden?
De baby die eind maart in ene vier was?
Of mijn baby die eind van de zomer zes jaar wordt? Zès!
Ik heb officieel al een jaar geen baby meer. Maar ik wil het gewoon niet horen, ben lichtelijk in ontkenning. Over mijn uit de kluiten gewassen baby’s.

Het, de tijd, glipt door mijn vingers als zand. De uren, de dagen, de maanden en de jaren. Lichtelijke paniek slaat toe, ik voel dat het een beetje pijn doet. Kordaat spreek ik mijzelf met wijze woorden toe:

Wees blij dat ze ouder worden! En hé ik ben de piloot 😉

Dan slik ik even, haal adem en stap door.

Laat een reactie na