De weg kwijt

Ik ben onderweg naar mijn nieuwe werk. Ik rij en rij. Geen idee waar ik ben. Kilometers gaan aan mij voorbij, zonder dat ik mijn eindbestemming bereik. Hoe is dit mogelijk? Ik kan toch wel gewoon de weg vinden. Wat is dit voor achterlijks! Uiteindelijk geef ik het op en rij naar huis. Rond elf uur komt er een app van mijn nieuwe baas:

Hoe laat denk je er te zijn?

De moed zakt mij in mijn schoenen. Lekkere binnenkomer dit. Ik voel mij een nietsnut. Mijn gedachten worden doorbroken door een terugkerend geluid: de wekker!

Goede droom ook op je eerste werkdag, pff. Wetende dat ik echt de weg wel zal vinden, maar toch een tikkeltje zenuwachtig vertrek ik voor mijn eerste werkdag. Nu alweer twee weken geleden. Ik heb het gevonden en ook overleefd, die eerste werkdag.

De weg terug was afgelopen donderdag een ander verhaal en deed mij terugdenken aan mijn droom. Door drukte stuurt de navigatie mij bij vertrek van mijn werk een andere kant op dan de voorgaande twee keer. Omdat ik de weg nog maar twee keer heb gereden, ben ik nog niet zeker van mijn zaak en dus afhankelijk van de navigatie. Net op het moment dat ik mij dat besef, valt mijn internet en netwerk uit. Storing bij Vodafone.

K*t!

Lichtelijke stress popt op. Ik moet namelijk naar de bso, weet de weg niet en heb slechts een kwartier speling om daar op tijd aan te komen. Bovendien kan ik door het gebrek aan netwerk ook niemand bellen. De bso zelf niet en ook niet iemand die in mijn plaats de kinderen op kan halen, als ik de weg niet op tijd weet. K!

Goed. Na wat mislukt gokwerk en enige kilometers, ga ik op zoek naar een plek om te stoppen, waar ook anderen zijn. Dat is de belangrijkste voorwaarde. Redelijk vlot zie ik een tankstation met één andere auto. Ik rij ernaar toe, parkeer de auto, stap uit en loop op de auto af. Een snelle volkswagen. Mijn vermoeden dat er een even snelle jonge gozer in zal zitten, die het wellicht niks kan boeien dat een moeder van drie de weg niet kan vinden en mogelijk te laat zal komen bij haar bloedjes, blijkt niet te kloppen. Er zit een “snelle”, hippe man in van middelbare leeftijd die mij zijn telefoon zonder twijfel leent om de bso te bellen. Op het moment dat ik de telefoon naar mijn oor breng, horen we de telefoon overgaan via de bluetooth door de auto. Beetje vreemd wel. Ik hang wat voorover in de hoop zo tegen de auto te kunnen praten. De telefoon blijft overgaan en overgaan en overgaan. Beiden kijken we verwachtingsvol naar daar waar het geluid uitkomt, maar de oproep blijft onbeantwoord.

Hè shit!

We kijken elkaar schouderophalend aan, verbaasd dat niemand opneemt. Dan zegt de man beslist: Rij maar achter mij aan, dan help ik je een stukje op weg. Ik kan hem wel zoenen. Bij wijze van. In plaats daarvan loop ik in draf naar de auto en rijdt achter de snelle volkswagen aan. Hij helpt mij inderdaad goed op weg en het wordt steeds meer bekend.

Met klotsende oksels en een nog steeds niet werkende telefoon, sta ik 3 minuten voor sluitingstijd op de stoep bij de bso. De kinderen lijken content, zitten niet smachtend te wachten op hun moeder. De leidsters ogen nog geenszins bezorgd of geïrriteerd en ik ben niet eens de laatste!

Diepe zucht. Ik heb het gehaald.

“Leuk” om te weten:
*De storing van de telefoon was nog geen tien minuten na aankomst bij de bso voorbij. 
**Ik bedacht mij te laat dat ik een, verouderd, navigatiesysteem in mijn auto heb 🙄 Had ik ook kunnen gebruiken…

Laat een reactie na