Ochtendmens!?

goedemorgen

Ochtendmens!? Ik kan mij bijna niet meer heugen wanneer ik dat was. Dat zal geweest zijn toen ik klein was, een kind. Met recht een echt ochtendkind. Zodra mijn ogen opengingen, ging gelijktijdig ook mijn mond open. Om te kwebbelen, de hele dag. Totdat ’s avonds mijn ogen in bed weer dicht vielen en daarmee ook mijn mond. Nu weet ik en begrijp ik ook, dat het niet altijd voor iedereen tof was, zo vroeg in de morgen. Zo weet ik nog goed dat ik op een keer op een ochtend voor schooltijd bij mijn beste vriendinnetje en haar moeder, een vriendin van mijn moeder, werd gebracht. Het zal rond acht uur geweest zijn dat ik naar binnen werd geschoven. Ik en mijn kwebbel, mijn kwebbel en ik. Ik non stop aan de praat, gaf de moeder van mijn vriendinnetje opeens het verkeerde antwoord. Ze zei ja in plaats van nee of andersom. Verbaasd en verrast vroeg ik: ‘Luister je wel?’ Eh, nee dus. Toen begreep ik er niks van, maar nu? Nu wel!

Mijn kwebbel kwam door de jaren heen steeds wat later op gang. Vanaf een jaar of 16 werd ik een middagmens, vooral in het weekend. Want als je in de vroege uurtjes thuis komt, slaap je door de ochtend heen. Tijdens mijn studie en later tijdens mijn werkjaren zonder eigen kinderen, kwam ik op gang zodra het nodig was. Op het moment dat ik op de plek van bestemming was aangekomen. En in het weekend sliep ik, als het kon, nog steeds graag door de ochtend heen.

Maar sinds ik zelf moeder ben, ben ik weer een ochtendmens, ik zal wel moeten. Kinderen, die van ons in ieder geval, slapen niet uit tot na 10.00 uur. En waar Saar heerlijk kwebbelend wakker wordt, maar prima nog even in haar bed tevreden ligt te kwebbelen, wil Eva er graag uit, zodra zij wakker is. ‘Mámá, Eva klaar met slááápen.’ Zucht, ze roept mama. Ik kan dus geen stoot(je) aan mijn buurman geven met de boodschap: ‘Ze roept jou.’ Een blik op de wekker geeft altijd de informatie, luier verschonen en terug in bed of bij ons in bed. Voor half zeven geldt het eerste en daarna het tweede. Het tweede stiekem toch met de hoop op nog even gezellig soezen in het grote bed. Die hoop vervliegt snel, als ze op inspectie gaat. Een vinger in mijn oor, hé de oogleden kunnen ook open, wat grappig mijn vinger past ook in mama haar neus en dan die kwebbel. Die o zo gezellige kwebbel. Het zal allemaal heel logisch zijn, iets in de trant van zo moeder, zo….dochter. Ja die. Binnen 5 minuten is het bekeken, we gaan eruit! Gezellig is het wel, maar nog even soezen zit er niet in. Een ochtendmens dus, ja van een ochtendkind naar een ochtendmens.

Of eigenlijk ben ik een gedwongen ochtendmens door het hebben van een ochtendkind.

Niet één, maar twee.

Laat een reactie achter

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.